top of page
Veelgestelde vragen
De Noachitische Geboden
Gemeenschap & identiteit
Studie & Bronnen
Praktisch Leven
Israël en Jodendom
Zelfontwikkeling
De geboden die aan de mensheid zijn gegeven zijn niet altijd expliciet zichtbaar in de tekst. Toch blijkt uit de Torah dat deze leefregels al bestonden vóór de openbaring bij de berg Sinaï. Zowel de 7 geboden voor Noachieten en de 613 voor het Joodse volk zijn formeel bij Sinaï gegeven, maar hun principes komen eerder al naar voren.
Het verhaal van Sodom en Gomorra laat dit duidelijk zien. De steden werden vernietigd vanwege hun zonden, en in Avrahams gesprek met G-d zien we dat hij spreekt over rechtvaardigheid en morele verantwoordelijkheid. Dit impliceert dat er al een morele maatstaf bestond waarmee mensen als rechtvaardig of zondig konden worden beoordeeld. Zonder bestaande leefregels zou straf immers niet rechtvaardig zijn. De conclusie is daarom dat er al door G-d gegeven leefregels waren, die de mensheid kende of had moeten kennen.
1. Avoda Zara: Dien alleen G-d (Aanbid geen valse goden)
ויצו יהוה אלהים על־האדם לאמר מכל עץ־הגן אכל תאכל
En de Eeuwige G-d gebood de mens als volgt: “Van elke boom van de hof kun je eten.
Beresjiet (Genesis) 2:16
‘’En G-d beval de mens als volgt.’’ We kunnen hieruit concluderen dat Adam het gebod kreeg om enkel en alleen de Ene Ware G-d, te gehoorzamen, te eren en te dienen en geen valse goden te aanbidden.
2.Birkat HaSjem: Gebruik G-ds naam met respect (Verbod op G-dlastering)
In Wajikra (Leviticus) 24:10-17 staat een stuk geschreven over een man wiens moeder een Israeliet was en zijn vader een Egyptenaar. Er brak een ruzie uit tussen de half Israeliet en een volbloed Israeliet. De Israeliet sprak de Naam van G-d godslasterlijk uit waarop hij voor Mosje Rabbeinoe (Mozes) werd gebracht. Hij werd in hechtenis genomen tot G-d een beslissing had geopenbaard aan Mosje Rabbeinoe.
הוצא את־המקלל אל־מחוץ למחנה וסמכו כל־השמעים את־ידיהם על־ראשו ורגמו אתו כל־העדה
“Breng de vloeker buiten het legerkamp en allen die het gehoord hebben zijn handen op zijn hoofd leggen en laat de gemeenschap hem stenigen.”
ואל־בני ישראל תדבר לאמר איש איש כי־יקלל אלהיו ונשא חטאו
“En tot de kinderen Israëls zul je als volgt zeggen: Ieder mens die zijn G-d vervloekt, zal zijn zonde dragen.”
Wajikra (Leviticus) 24:14-15
איש איש
‘’Ish Ish’’ betekent letterlijk ‘’een man, een man’’ en wordt ieder mens mee bedoeld. Het is dus voor de gehele mensheid, zowel Joden als niet-Joden dus verboden om Zijn naam te vervloeken.
3. Sjefichoet Damiem: Respecteer het leven (Moord niet)
ואך את־דמכם לנפשתיכם אדרש מיד כל־חיה אדרשנו ומיד האדם מיד איש אחיו אדרש את־נפש האדם
“Maar jullie eigen bloed waardoor jullie leven, dat zal Ik opeisen. Van ieder levend dier, zal Ik het opeisen. Van de mens, uit de hand van ieder die zijn naaste is, zal Ik het leven van de mens opeisen.”
שפך דם האדם באדם דמו ישפך כי בצלם אלהים עשה את־האדם
“Van iedereen die het bloedt van zijn medemens vergiet, diens bloed zal ook vergoten worden, want G-d heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.”
Beresjiet (Genesis) 9:5-6
G-d laat ons duidelijk weten dat moord niet toegestaan is en dat er een straf rust op bloedvergieten. Wie menselijk bloed vergiet, diens bloed zal door mensenhanden vergoten worden. In dit opzicht kan er geen waarde worden geschat aan een mensen leven. Een mensen leven vernietigen is dan ook alsof je de hele wereld vernietigt. Want voor die persoon is de wereld opgehouden met bestaan. Hieruit volgt dat je door één enkel menselijk leven in stand te houden, een heel universum in stand houdt.
4. Arajot: Respecteer het huwelijk (Behoud familiereinheid)
על־כן יעזב־איש את־אביו ואת־אמו ודבק באשתו והיו לבשר אחד
Daarom verlaat een man zijn vader en zijn moeder en hecht zich aan zijn vrouw; en zij worden tot één vlees.
Beresjiet (Genesis) 2:24
Hieruit lezen we dat wanneer een man zijn ouderlijk huis verlaat en een vrouw tot zich neemt dat ze beiden aan elkaar verbonden zijn. Het verbiedt om vreemd te gaan met een vrouw van een ander maar uit dit bovenstaande vers kunnen we ook begrijpen dat de Torah het ook verbiedt dat een man een seksuele relatie wil hebben met zijn moeder, de vrouw of ex vrouw van zijn vader, met een andere man of met een dier. Het is ook verboden om een relatie te hebben met zijn zuster van moeders kant wat blijkt uit:
וגם־אמנה אחתי בת־אבי הוא אך לא בת־אמי ותהי־לי לאשה
“En trouwens, zij is ook mijn zuster, de dochter van mijn vader echter niet van mijn moeder. En zij werd mijn vrouw.”
Beresjiet (Genesis) 20:12
כמעשה ארץ־מצרים אשר ישבתם־בה לא תעשו וכמעשה ארץ־כנען אשר אני מביא אתכם שמה לא תעשו ובחקתיהם לא תלכו
“Doe niet naar de manier van doen van het land Egypte waar jullie gewoond hebben en doet ook niet naar de manier van doen van het land Kanaän waarheen Ik jullie breng. Treedt niet in hun praktijken!”
Wajikra (Leviticus) 18:3
De immorele seksuele gebruiken van de Egyptenaren en ook van de Kanaänieten waren een gruwel voor G-d. De familie dynamiek is het fundament van de samenleving. Seksualiteit is de bron van leven waarin een nieuw leven wordt gecreëerd. Als het wordt misbruikt dan wordt het vernederend en destructief voor de mens.
5. Gezel: Respecteer wat van een ander is (Steel niet)
ויצו יהוה אלהים על־האדם לאמר מכל עץ־הגן אכל תאכל
“En de Eeuwige G-d gebood de mens als volgt: Van alle bomen van de hof kun je eten.”
ומעץ הדעת טוב ורע לא תאכל ממנו כי ביום אכלך ממנו מות תמות
“Maar van de boom van kennis van goed en kwaad, mag je niet eten, want op de dag dat je hiervan eet, zul je zeker sterven.”
Beresjiet (Genesis) 2:16-17
G-d had Adam en Chava verboden om te eten van de boom van ‘’kennis van Goed en Kwaad’’. Het was niet hun eigendom en G-d gaf geen toestemming om van de vruchten te eten. Hierin leren we dat we niets mogen toe-eigenen wat niet van ons is en waar we geen toestemming voor krijgen.
Het verbod van stelen omvat veel meer dan enkel een voorwerp stelen zoals bijvoorbeeld:
Dat we geen geld (fysiek of digitaal) mogen stelen, niet mogen bedriegen, niet iemand mogen onteren of iemand verleiden tot overspel, we mogen niemand ontvoeren en gijzelen, niemand lichamelijk of psychisch beschadigen, geen geldvordering die we schuldig zijn weigeren, geen tijd van een werkgever misbruiken, niet teveel in rekening brengen, geen valse maten en gewichten gebruiken of bezitten.
Als we toch iets hebben gestolen, al is het niet bewust, dan kunnen we het terugbrengen of ervoor betalen.
6. Ever Min Hachai: Respecteer G-ds schepping (Eet geen ledemaat van een levend dier)
כל־רמש אשר הוא־חי לכם יהיה לאכלה כירק עשב נתתי לכם את־כל
“Al wat zich beweegt en levend is, mogen jullie als voedsel gebruiken, evenals het groene kruid, geef Ik jullie alles.”
אך־בשר בנפשו דמו לא תאכלו
“Maar vlees waarin nog leven is en zijn bloed, mogen jullie niet eten.”
Beresjiet (Genesis) 9:3-4
Adam en Chava (Eva) kregen geen toestemming om dieren te doden voor voedsel.
Nachmanides legt uit dat de reden voor het verbod op het eten van vlees was dat wezens die een bewegende ziel bezitten een zekere superioriteit hebben.
‘’Wat betreft hun ziel, die in zekere zin lijkt op hen die de rationele ziel bezitten: ze hebben de macht om te kiezen wat hun welzijn en hun voedsel betreft, en ze vluchten voor pijn en dood.’’
Ramban al HaTora 1:29
Dieren mochten niet simpelweg worden gedood voor menselijk plezier. Echter mocht men wel dieren doden als een offer aan G-d zoals Abel deed in Beresjiet (Genesis) 4:4. Vroeger dacht men dat het dier naar een hogere staat werd gebracht door het aan G-d te offeren. Maimonides denkt dat in de derde tempel geen dierenoffers gebracht zullen worden.
Dit bleef geldig tot na de vloed van Noach. G-d gaf pas toestemming nadat Noach en zijn familie de Ark verlieten. Daarom gaf G-d het verbod om geen ledematen van een levend dier te eten zelfs al is het dier verdoofd.
Het eten van het vlees van een levend dier is de oorzaak van wreedheid en zelfzucht. Zelfs een kleine hoeveelheid vlees van een levend dier, al is het bereid, is in strijd met dit verbod.
7. Diniem: Zet je in voor recht en orde (Richt rechtbanken op)
שפך דם האדם באדם דמו ישפך כי בצלם אלהים עשה את־האדם
“Hij die het bloed van een mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden, want naar het beeld van G-d, heeft Hij de mens gemaakt.”
Beresjiet (Genesis) 9:6
Rechtvaardigheid is een fundamentele eis voor beschaving. Als rechtvaardigheid niet meer zou bestaan dan zou de wereld in complete chaos vervallen. Zonder een rechtssysteem zou de mens crimineel worden en vervolgens de vrije kaart krijgen om de macht over te nemen met alle gevolgen van dien. Daarom dient een rechtssysteem te worden opgericht. In de tijd die wij nu kennen is het rechtssysteem niet gebaseerd op de 7 wetten en G-d’s wens voor een rechtvaardige beschaving. Wij leven onder een wetssysteem dat is opgericht door de staat. In deze wetgeving staan ook wetten die juist tegen de Tora in gaan.
G-d is rechtvaardig, hij is ons voorbeeld om goed te doen maar ook leren wij van Hem dat het noodzakelijk is dat rechtbanken bestaan. Een belangrijke regel is dat wij onszelf moeten houden aan de 7 wetten van Noach en daarnaast ook onszelf houden aan de wetten van het land waar wij in wonen. Streef ernaar om een rechtvaardig mens te zijn, handel eerlijk, gebruik geen bedrog en wees het beste voorbeeld dat je kan zijn voor de mensen om je heen. Hoe meer deze leer verspreid kan worden, des te meer de wil van G-d bekend gemaakt kan worden in onder andere de politiek en de rechtbanken voor een rechtvaardig rechtssysteem zoals G-d dat wenst.
Noachiet zijn is geen aparte religie en ook geen nieuwe geloofsstroming. De Torah verbiedt expliciet het creëren van nieuwe religies of het volgen van leerstellingen die niet in overeenstemming zijn met de Torah, zoals beschreven in Deuteronomium 13. De Noachitische weg valt daarom niet buiten de Torah, maar is er juist een integraal onderdeel van.
Een Noachiet is iemand die niet Joods is, maar wel de Joodse geloofsovertuiging aanvaardt: het erkennen van de Ene G-d en het volgen van de universele leefregels die Hij aan de mensheid heeft gegeven. Dit betekent dat een Noachiet geen eigen religieuze regels of nieuwe overtuigingen ontwikkelt, maar zich baseert op de Torah en de traditionele uitleg daarvan.
Binnen het Jodendom bestaan verschillende rollen en verantwoordelijkheden, zoals die van Israëlieten, Levieten en priesters. Deze groepen hebben elk hun eigen taken en bijbehorende leefregels, zonder dat dit iets zegt over hun waarde of geestelijke status. Het verschil zit niet in belangrijkheid, maar in opdracht. Op dezelfde wijze heeft ook de Noachiet een eigen rol in de wereld, met leefregels die passen bij die taak.
Door trouw te leven volgens wat de Eeuwige van een Noachiet vraagt, draagt men bij aan het verheffen van de wereld en het vervullen van een universele missie: het brengen van morele orde, rechtvaardigheid en erkenning van G-d in de samenleving.
De Noachitische Geboden zijn bedoeld voor de hele mensheid, niet alleen voor één volk of religie.
Volgens de Joodse traditie werden deze zeven universele wetten aan Noach gegeven na de zondvloed. Noach is de voorvader van alle volken, dus zijn verbond geldt voor ieder mens. Daarom worden ze ook wel gezien als het morele fundament voor de mensheid: basisregels voor rechtvaardigheid, respect voor leven, eerbied voor G-d en voor elkaar.
Kort gezegd is de Tora het verbond met Israël en de Noachitische Geboden zijn het verbond met de mensheid als geheel.
Nee. Een Noachiet hoeft zich niet te bekeren tot het Jodendom en volgens de Joodse visie is dat ook helemaal niet nodig.
De Noachitische weg is een eigen, volledige roeping. G-d heeft twee verbonden gegeven:
Het verbond met Israël (de Tora en de 613 mitswot).
Het verbond met de mensheid via Noach en daarna herhaald door Mosje Rabbeinoe (de 7 Noachitische geboden).
Een niet-Jood die de Noachitische geboden onderhoudt, dient G-d precies zoals van hem of haar verwacht wordt. Zo iemand wordt in de bronnen een “rechtvaardige onder de volkeren” genoemd.
Bekering is alleen voor wie een diepe, innerlijke roeping voelt om deel te worden van het Joodse volk en de volledige Tora-verantwoordelijkheid wil dragen. Het is geen “hogere rang”, maar een andere taak.
Strikt genomen is het Noachitisme geen religie in de klassieke zin, maar een levenswijze en moreel verbond.
Het is geen kerk, geen sekte, geen ritueel systeem met priesters, sacramenten of verplichte feestdagen. Het is een kader van universele wetten en waarden dat G-d aan de mensheid gaf: hoe een mens rechtvaardig, verantwoordelijk en in verbinding met de Schepper kan leven.
Voor sommigen voelt het religieus, omdat er geloof, gebed en toewijding bij horen. Voor anderen is het vooral een morele levensweg. In de Joodse bronnen is het vooral een verbond: een manier van leven in overeenstemming met de Schepper, zonder dat je Joods hoeft te worden.
bottom of page
